MotoNavigator
NL

Startfase: Pro voor iedereen. Tot 31 oktober 2026 zit alles erin — geen betaalgegevens, niets dat stiekem doorloopt.

MotoNavigator

Manieren om te navigeren

Een tocht naar het zuiden. Tweeënhalve dag asfalt tot aan zee, dan een ochtend tussen de duinen waar op geen enkele kaart een weg staat, en ’s avonds weer keurig wegdek tot voor de hoteldeur. Drie totaal verschillende manieren om je te laten leiden. Eén planning.

De app vraagt niet in welke modus je rijdt. Hij vraagt maar één ding: waar hou je je op dit moment aan vast?

Aan wegen

Het gewone werk. Dit kan elke app: wegen die op de kaart staan, afslaginstructies, een nieuwe berekening zodra je verkeerd rijdt. Interessant wordt het pas bij de vraag wélke wegen.

Schnell – de heenweg. Snelweg mag, want de bochten beginnen toch pas over de grens en tot dan mis je niets.

Tourer – waar je die motor voor gekocht hebt. Snelweg alleen als het echt niet anders kan. Voor de rest de lijn van iemand die er de weg weet.

Adventure – pakt landbouwwegen, bospaden en grind mee als die de betere verbinding zijn, en gaat uit van een lager tempo, want harder rijd je daar toch niet. Dit is trouwens precies wat de rest van de branche “offroad” noemt: onverhard, maar wel in kaart gebracht.

Adventure Light – hetzelfde profiel, alleen zuiniger met grind. De “light” zit in het grind, niet in de app. Voor 80/20-banden in plaats van 50/50. Of voor bangeriken. Wij oordelen niet, wij rijden zelf GS.

Aan helemaal niets – NoRoad

Er zijn streken waar de weg niet ophoudt. De kaart houdt op. Woestijn. Steppe. Droge rivierbedding. Een duingebied dat er volgende week anders bij ligt.

NoRoad rekent geen route uit, want er valt niets uit te rekenen. Je zet punten, je krijgt richting en afstand. Geen afslaginstructie, geen vastklikken op een lijn die er niet is. Een punt is bereikt zodra je binnen honderd meter komt – dat is de standaardwaarde, en die kun je zelf bijstellen.

En nee, dit is geen offroad. Offroad is wat de anderen zeggen als ze grindwegen bedoelen die wél op de kaart staan. Dat is hier het Adventure-profiel, met een doodgewone route. NoRoad begint pas waar dat ophoudt: geen weg, geen mening, alleen jij en een windstreek.

De meeste rijders hebben dit nooit nodig. Wie het wél nodig heeft, weet al vanaf de tweede zin waarom hij hier zit te lezen.

Aan een lijn die er al ligt

Je hebt een GPX. Van een forum, van een maat, of in tien jaar zelf bij elkaar gesprokkeld.

“Openen met MotoNavigator”, en nog vóór er iets wordt opgeslagen krijg je een lijst te zien: wat er in het bestand zit, wat het wordt, in welke map het landt. Tracks blijven tracks, routes blijven routes, waypoints worden plekken. Bij een track die volgepropt zit met punten vraagt de app precies één ding: helemaal houden, of terugbrengen tot de punten die ertoe doen.

Daarna rijd je hem, en dáár wordt het interessant. Andermans lijn is iets anders dan een zelfgeplande route: er is geen volgend waypoint. Er is alleen de lijn.

Ga je eraf – wegwerkzaamheden, koffie, verkeerd bord – dan gebeurt er niet wat je gewend bent. Geen nieuwe route. Geen “keer om”. Je krijgt de weg terug naar je lijn, en dan vooruit: naar een punt dat vóór je ligt, niet naar de plek waar je eraf ging. Wie ooit van zijn navigatie twintig kilometer terug moest over een stuk dat hij net gereden had, weet waarom dat het verschil maakt.

De overgang

Nu het stuk waar de branche geen woord voor heeft.

Zet de drie etappes als items in één map onder Projects: heenweg, duinen, terugweg. De volgorde sleep je op z’n plek. Dan één keer Folder settings… en Auto-advance aan.

Dat is het. Aan het eind van de heenweg is niet de rit voorbij, maar de etappe. De volgende schuift er meteen achteraan. Geen venster, geen vraag, geen “weet je het zeker”. Je stopt bij het tankstation omdat je wilt tanken, niet omdat de software iets wil weten.

Elke etappe brengt zijn eigen manier mee. Heenweg als Tourer. Duinen als NoRoad. Terugweg als Adventure. Zelfs andermans track mag een schakel zijn – en als die zich bij de overgang niet op wegen laat vastklikken, wordt hij als NoRoad gereden. Dat hoor je; je hoeft er niet zelf achter te komen.

En de varianten. Thuis plan je zelden één route. Je plant er drie. De mooie, over de pas. De korte, voor als je zitvlak na vier dagen iets anders vindt dan je hoofd. Die door het dal, omdat het weerbericht vanaf donderdag óf liegt óf niet.

Alle drie staan in dezelfde map, en er staat er altijd maar één aan. De rest staat op Disable en wordt overgeslagen. Niet weg, alleen even opzij. ’s Avonds in het hotel, biertje ernaast, buienradar op tafel: één uit, één aan. Morgenvroeg pakt de app de route waar je voor gekozen hebt, en bewaart de rest voor overmorgen.

Twee dingen doet de app uitdrukkelijk niet. Hij gooit je volgorde nooit om. En hij slaat niets over: begint de volgende etappe twee kilometer verderop, dan noemt hij de afstand en laadt hem toch. Jij hebt die map samengesteld, hij niet.

En het delen

GPX kan lijnen. Ordening niet.

Wie een verzameling doorstuurt – meerdere etappes, tracks en routes door elkaar, een volgorde die iets betekent – stuurt hem als .mnav. Daarin reist de hele map mee: structuur, volgorde, welke variant geparkeerd staat, en ook de stand van Auto-advance. De ontvanger hoeft niets uit te zoeken. Hij rijdt – of hij kiest ter plekke zelf welke van de meegestuurde varianten aan gaat.

GPX redt het in precies één situatie: een map met niets dan tracks erin, plat, niet in submappen. Die komt er aan de andere kant uit zoals hij erin ging. Alles wat ingewikkelder is valt uit elkaar – niet omdat GPX slecht is, maar omdat het formaat op dat punt geen veld meer heeft waar die informatie in past.